Een sandr is een puinhelling die door smeltwater is afgezet aan de voet van een gletsjer of ijsveld. In Nederland liggen sanders aan de buitenkant van de stuwwallen aan de kant waar geen ijs heeft gelegen. In IJsland liggen aan de kust onder de grote gletsjers uitgestrekte sanders met daardoorheen vlechtende watermassa’s. Zo moet het er hier ook uitgezien hebben aan het einde van de ijstijd.

tekening 19 nederland sandr
kaart: Mathilde

Op deze kaart heb ik de sanders in Nederland getekend die horen bij de grootste uitbreiding van het ijs. Maar die in het westen zijn begraven onder jonger materiaal. De zuidrand van de Utrechtse heuvelrug is een lange sandr. Ook bij Nijmegen ligt een grote sandr. De zuidoostrand van de Veluwe, dus waar Arnhem, Velp en Rheden liggen, is geen sandr, evenmin aan de oostkant van de Veluwe: het ijs lag immers in de IJsselvallei en drong door tot in de Betuwe onder Arnhem door. Hierdoor ontstond de sandr van Wolfheze, ingeklemd tussen de stuwwallen van Arnhem, Ede en Reemst. Bij de Sallandse Heuvelrug en in Twente liggen ook kleine sandertjes. Ik zal eens een nieuwe kaart maken met alle sanders zoals ze er nu bijliggen.

Een sandr hoort bij een gletsjer

Een sandr, meervoud sanders, is een element van de vaste serie van de glaciale landvormen en past naadloos in het theoretische plaatje wat je met name bij de Utrechtse Heuvelrug zo mooi kunt zien. Van rechts naar links zie je op de volgende tekening een doorsnede door de Utrechtse heuvelrug met van noordoost naar zuidwest het ijsveld van de Gelderse Vallei, de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug, de sandr van Amerongen en de pradolina van de Rijn. Die samenhang leg ik uit in het stuk over de samenhang tussen glaciale landvormen.

tekening 24
glaciale landvormen. tekening: Mathilde

De bodem van een sandr is mineralogisch gelijk aan die van de stuwwal zelf, want het materiaal komt daarvandaan. Een bodemkundige kan de twee goed onderscheiden, omdat het grind en zand op een gelaagde manier is afgezet en niet scheef gestuwd is. Het bovenstroomse deel van een sandr (vlakbij de stuwwal) zit vol grind, en is daardoor stevig en geschikt als bouwgrond voor vliegvelden en steden. De vliegvelden Terlet, Deelen, Malden en de plaatsen Nijmegen, Elst (Utrecht), Amerongen, Rhenen, Renkum, Heelsum, Wolfheze: allemaal gebouwd op sanders.

Hoe oud zijn de sanders in Nederland

125.000 jaar geleden werd het zo warm dat het ijsveld in Nederland begon te smelten. Het duurde een paar duizend jaar voor al het ijs weg was. Stel je voor dat al dat ijs, dat honderd meter hoog boven de stuwwallen uittorent, begint te smelten en water begint uit te spoelen onder het ijs vandaan. Het moet een enorme puinhoop geweest zijn: al dat smeltwater dat zich een weg naar beneden zoekt terwijl daar de stuwwallen liggen die het water tegenhouden. Tussen het smeltende ijs en de stuwwallen ontstaan meren tot op de zwakste en laagste plekken de stuwwallen doorbreken. Zo zijn de doorbraakdalen ontstaan, zoals de Darthuizerpoort, de Elsterpoort en de Ginkelsepoort. Aan de buitenkant van de stuwwallen ontstaan grote puinwaaiers, de sanders. De vorming van een sandr kun je mooi nadoen op het strand. Dan wordt het geen puinhoop, maar is het leuk.

Advertenties