420 miljoen jaar geleden begint de tweede helft van het PaleozoÏcum: Devoon, Carboon en Perm dat eindigt in een catastrofe 255 miljoen jaar geleden met de grootste uitstervingsgolf ooit. Het is dan 22.38 uur op onze geologische dag.

De plaat Laurazië (waar Nederland op ligt) drijft op de aardbol nog steeds naar het noorden. Terwijl het leven zich herstelt van de massa extinctie aan het eind van het COS komen er nieuwe soorten en die nemen bezit van het land. Eerst planten maar daarna ook dieren.

De bergen van de Caledoniden zijn afgeschuurd, ons stukje aarde verdwijnt weer onder water.

Het mechanisme is steeds hetzelfde: land erodeert weg en het materiaal wordt door water of wind meegenomen en elders afgezet. Kalkrijk materiaal wijst op zee, zand wijst op woestijn. Dunne laagjes afgewisseld met klei en grind wijzen op rivieren en estuaria. Waar continenten zakken, kunnen kilometers dikke pakketten worden afgezet. Waar continenten stijgen overheerst erosie. Van die periodes ontbreken dus gesteentes.

Devoon

In het Devoon worden dikke pakketten zanden, grinden, kleien afgezet: een 8 km (ja je leest het goed, 8 kilometer) dik pakket materiaal van een berggebied in het achterland. In het Rijnmassief kun je prachtige steile rode wanden uit het Devoon zien. Het is een rode zandsteen: de rode kleur is roest (ijzeroxide) en wijst op warmte: dit zijn zandpakketten van een woestijn. Kleien worden als ze hard worden en onder het gewicht van een paar kilometer zand ingedrukt tot platte leistenen die op daken liggen. Pak een plaatje leisteen, of peuter een stukje rode zandsteenmuur los, en je hebt iets van 400 miljoen jaar oud. Een bijzondere laag hiertussen is een dikke laag zeebodem: de dolomietwanden van Gerolstein, kalksteen waarbij de Calcium is vervangen door Magnesium. Pak ook een stukje dolomiet en je hebt al drie stukjes steen van 400 miljoen jaar oud. Maar er is meer Devoon in onze buurt: de grotten van Han zijn gevormd in kalksteen uit het Devoon.

Carboon

Ook andere platen scheuren los van het oude continent op de Zuidpool en drijven rond op de magmazee van de aarde. Ze drijven naar elkaar toe en klonteren samen. Ook Laurazië botst. Op de botsvlakken ontstaan weer kreukelzones met hoge gebergten, het Hercynisch Gebergte. Het Rijnlands Massief  van de Ardennen, Eifel, Sauerland, Harz en dus ook Zuid-Limburg is hier een restant van.

Terwijl het gebergte zich oprijst om ons heen, rijzen wij mee uit de zee. Het laagland van NW Europa raakt begroeid met moerasbossen. Bomen kunnen wel 40 meter hoog worden (flat van 13 verdiepingen). Plantenresten in die moerassen verteren slecht en worden veen, klinken in, worden bruinkool en tenslotte steenkool. De lagen met steenkool zitten tussen dikke lagen donkere kalkstenen die vanwege de kleur kolenkalksteen worden genoemd (er zit geen kool in).  De kolenkalksteen wordt gewonnen in België en Nederlandse steden liggen er vol mee. Stoepen, vensterbanken en trappen van grijze kalksteen (Arduin of Belgisch hardsteen) vol prachtige witte fossielen. Doe jezelf een lol en ga met je neus op zo’n vensterbank liggen terwijl je met je zakmes een krasje maakt: zwavelgeur stijgt na 300 miljoen jaar opgesloten te hebben gezeten op. Een vers breukvlak is overigens zwart met witte fossielen, maar in de buitenlucht verweert het grijs. Jelle Reumer laat prachtige voorbeelden zien van deze fossielen in zijn boek ‘Kijk waar je loopt‘.

In totaal is de laag tot wel 2 km dik, waarvan maar 4% steenkoollagen zijn. Dat steenkool ligt onder heel Nederland, maar alleen in Zuid-Limburg kunnen we er gemakkelijk bij. 50 meter steenkool, dat was dan wel een veenlaag van 1 km dik. Bij het verteren van de planten tot steenkool komt gas vrij, en dat gas is de oorsprong van de gasbel onder Groningen.

In de kalken zitten ook andere ertsen maar die zijn in Nederland net niet gevonden. Wel even ten zuiden van de grens in het Geuldal waar in het vrijstaatje Moresnet zinkmijnen zijn geëxploiteerd tot het niet meer loonde. Dat het zinkviooltje alleen langs de Geul voorkomt, is ineens logisch. Die zink is vervuiling uit de mijnen en zodra die zink weg is verdwijnt het zinkviooltje ook.

Het alleroudste stukje Nederland in het veld zijn een paar lokale groeves bij Cottesen in Zuid-Limburg waar je Arduin uit het Carboon aan kunt raken. De Heimansgroeve aan de Geul in Limburg wordt mooi onderhouden, maar er zijn meer plekjes.

Perm

Ons continent Laurazië zit bij het begin van het Perm inmiddels muurvast aan andere continenten en samen vormen ze het supercontinent Pangaea waar al het land op de aarde zo ongeveer in zit samengeklonterd. De Hercynische gebergtevorming is ten einde en de erosie heeft vrij spel.

Het hoge gebergte houdt regen en vocht uit zee tegen. Het land erachter droogt uit en wordt een desolate woestijn met dikke zoutkorsten. In deze woestijn zet de wind zout en rood zand af. Ons zout komt eruit. Maar het Perm zit kilometers diep in de ondergrond, dus hoe kunnen we daarbij? Zout onder druk gedraagt zich als een vloeistof. De bovenliggende lagen zakken weg in het zout en het zout wordt omhoog gedrukt in pijlers die wel 3 kilometer hoog kunnen worden. Uit die pijlers winnen we ons zout door er zoet water in te pompen en zout water omhoog te pompen. Bij Schoonloo rijkt zo’n pilaar tot minder dan 100 meter onder het maaiveld, en bij Luneburg in Duitsland komt de pilaar zelfs tot aan de grond. Bij Winterswijk was een beek vroeger berucht om zijn zoute water.

Bij het verdergaande proces van plant-tot-steenkool komt olie en gas vrij en dat stijgt op. Aardolie en gas horen dus bij elkaar, hoewel ook gas zonder aardolie kan ontstaan. Beide dringen zich omhoog in de poriën tussen de zandkorrels van Perm tot het niet meer verder kan. Het gas ligt dan als een bel op de aardolie. Ons gas in Groningen en aardolie bij Schoonebeek zijn beide afkomstig van de moerasplanten uit het Carboon, en zit opgesloten in het Perm.

Dan 255 miljoen jaren geleden overkomt de aarde een ramp. Wat gebeurt er? De geleerden zijn het er nog niet over eens. De grootste uitstervingsgolf vindt plaats tot nu toe: 90% van al het leven sterft uit, zowel soorten als individuen. Met die uitstervingsgolf eindigt het Paleozoïcum, het oude leven.

 

 

 

 

 

 

Advertenties