Op de volgende kaart van de Achterhoek (bron AHN) lijkt tussen de heuvels wel een oud droog rivierstelsel te liggen. Dit dal loopt af naar het zuidwesten, terwijl de huidige beken aflopen naar het noordwesten. Hoe zit dit?

ahn kleur achterhoek heuvels
bron: AHN; bewerking: Mathilde, 2019

 

Op Dinoloket maak ik een doorsnede door dit dal bij Aalten:

doorsnede dal winterswijk
bron: Dinoloket

Wow, indrukwekkend. Links de hoogteschaal tov NAP: het dal is bijna 100 meter diep. Rechts op het kleine kaartje zie je waar ik de doorsnede heb gemaakt. De dikke stippen op het kaartje komen overeen met de dikke zwarte lijnen in de doorsnede.

De doorsnede vertelt het verhaal van het ontstaan van het dal: rechts zie je de uitleg van de kleuren zoals ze op elkaar gestapeld zijn, dus de oudste onderaan. Eerst lag er roze DOngen en paars RUpel, daarop groen BReda en OOsterhout en daarop rood STerksel. Dan snijdt het dal zich in. Het dal is bekleed met oranje DRenthe: keileem dat achterbleef nadat het ijs na het Saalien was gesmolten. Vervolgens is het dal opgevuld met roodbruin KReftenheye: afzettingen van de Rijn uit de laatste ijstijd. Tenslotte wordt de hele boel afgedekt met geel BoXtel: het dekzand waarmee Oost-Nederland is bedekt in de laatste ijstijd.

Het dal stamt dus uit de ijstijd van het Saalien toen hier ijs lag. Dan kan het een glaciaal bekken zijn of een tunneldal. Bij een glaciaal bekken duwt het ijs de ondergrond in elkaar en drukt die opzij. Hier in de Achterhoek is het dal juist ingesneden en is geen enkele sprake van druk opzij. Kortom het is een tunneldal.

Een tunneldal vormt zich onder een ijsveld: water onder het ijs vormt een rivier en die snijdt zich in de ondergrond in. Eerder heb ik iets dergelijks besproken bij de esker van Langeveen: ook een esker vormt zich onder een ijsveld, waarbij het water zich niet in de ondergrond insnijdt maar een holte in de gletsjer uitslijpt.

esker tekening 11 nederland
kaart: Mathilde, 2018

Dit tunneldal ligt precies in het verlengde van de esker van Langeveen, en samen zijn ze het restant van een 80 km lange ijsrivier die stroomde onder het ijs. Het noordelijke deel van deze ijsrivier, de esker van Langeveen, herkennen we nu als een soort dijk in het landschap. Het zuidelijke deel sneed zich onder het ijs ongeveer 100 meter in de ondergrond in en stroomde ten zuiden van het ijsveld in de Rijn. Het zou handig zijn als het AHN met hetzelfde detailniveau ook de grensstreken zou gaan omvatten: wie weet is de rivier nog wel verder te volgen.

Wat zie je nu nog van het tunneldal? Het dal is opgevuld door de Rijn, en heel Oost-Nederland is met een deken van dekzand bedekt dat alle hoogteverschillen heeft gladgestreken. Maar hoogteverschil is er nog wel degelijk zoals je ziet op de eerste kaart van het AHN. Opvallend is dat het dal niet door een beek wordt gebruikt. De beken volgen het dal wel hier en daar, maar de hoofdrichting van het water is nu naar het westen of noordwesten.

NB: bij nader inzien is van het rivierstelsel op de eerste kaart alleen het hoofddal en het zijdal ‘rechtsboven’ onderdeel van het tunneldal. De andere twee zijn beekdalen. Tot het tegendeel blijkt natuurlijk.

 

Advertenties